Gebruik van een Power Plate® machine tijdens de rust in een voetbalwedstrijd verbetert de prestaties en vermindert het risico op blessures tijdens de tweede helft.



Samenvatting van de conclusies:

Het is algemeen bekend dat bij spelers die niet opnieuw opwarmen tijdens de rust de prestaties afnemen. Onderzoek aan de Universiteit van Hull heeft aangetoond dat het toepassen van een Power Plate® interventie tijdens de rust deze verminderde prestaties in het begin van de tweede helft kan voorkomen. Men bemerkte ook dat voetballers die de Power Plate® machine gebruikten tijdens de rust in de eerste fase van de tweede helft van de wedstrijd minder vermoeide hamstrings hadden, en meer stabiliteit in de onderste ledematen. De onderzoekers concludeerden dat het gebruik van een Power Plate® machine tijdens de rust een effectieve manier kan zijn om voetballers weer te laten opwarmen, zowel om een vermindering van de prestaties te voorkomen als om het risico op blessures te verminderen, vooral omdat spelers het veld niet mogen gebruiken tijdens de rust.

Introductie:

De laatste jaren wordt in een toenemend aantal berichten bevestigd dat prestaties van voetballers bij wedstrijden verminderen tijdens de beginfase van de tweede helft. Tijdens de eerste 15 minuten van de tweede helft leggen voetballers minder totale afstand en minder afstand op hoge snelheid af, vergeleken met de eerste 15 minuten van de eerste helft. Deze spelperiode is ook in verband gebracht met het meer voorkomen van spierblessures.

Men denkt dat de afname in lichamelijke prestaties het gevolg kan zijn van een tekort aan voorbereiding voor de tweede helft, omdat spelers een intensief warming-up schema uitvoeren voor aanvang van de wedstrijd, maar dit normaal gesproken niet doen voor het begin van de tweede helft. Dit betekent dat hun spiertemperatuur bij het begin van de tweede helft lager is, wat de neuromusculaire coördinatie en prestaties nadelig kan beïnvloeden en het risico op blessures kan verhogen.

Het is moeilijk om een geschikt warming-up protocol op te stellen voor voetballers tijdens de rust, omdat trainers vaak niet genegen zijn tijd op te offeren die anders gebruikt zou kunnen worden voor tactisch of motiverend overleg, en omdat spelers het speelveld tijdens de rust vaak niet mogen gebruiken. Er zijn twee studies uitgevoerd om te onderzoeken of de Power Plate® machine deze problemen zou kunnen oplossen, omdat spelers het toestel kunnen gebruiken terwijl ze naar de trainer luisteren en zonder het speelveld te hoeven gebruiken.

Methode:

De proefpersonen in beide onderzoeken waren tien semiprofessionele mannelijke voetballers die een voetbalsimulatie van 90 minuten op een vastgestelde intensiteit uitvoerden (SAFT90). De SAFT90 is een protocol dat een wedstrijd simuleert door alle aspecten van het spel te reproduceren, zoals versnelling, vertraging, schieten, ontwijken en voorwaarts en achterwaarts rennen. Tijdens de rust van 15 minuten bleven de proefpersonen in de controlegroep zitten, terwijl een andere groep gevraagd werd afwisselende flexibiliteitoefeningen uit te voeren (IAE groep), vergelijkbaar met een normale voetbal warming-up, en de laatste groep om en om vibratie op de Power Plate® machine onderging (PP groep).

De IAE groep voerde specifieke voetbaloefeningen voor flexibiliteit uit waarbij de werk:rust ratio werd aangepast om de vereiste intensiteit te behalen (70% van de maximale hartslag gedurende 6 minuten). De PP groep voerde een statische squat (~30° kniebuiging) uit op een Power Plate® pro5 AIRdaptive™ High Performance toestel (zie figuur 1). Ze deden drie opeenvolgende squats, telkens 60 seconden lang, met 60 seconden rust, waarbij het toestel was ingesteld op 40Hz en Low amplitude.

Figure 1

Resultaten:

De resultaten tonen aan dat de sprinttijd significant toenam (wat wijst op een afname in prestatie) bij de Controlegroep, tussen het einde van de eerste helft (30-45) en het begin van de tweede helft (46-60). Er was echter nauwelijks een toename in sprinttijd bij zowel de IAE als de PP groepen tijdens dezelfde periode (zie figuur 2), wat er op wijst dat de prestaties in deze groepen niet afgenomen waren.

Sprongprestatie nam ook significant af in de controlegroep tijdens de eerste 12 minuten van de tweede helft, maar niet in de warming-up groepen (zie figuur 3). Omdat de prestatieniveaus alleen in de controlegroep afnamen lijkt het er op dat welk warming-up protocol dan ook voetballers kan helpen om hun prestaties tijdens de tweede helft van een wedstrijd op peil te houden.

Omdat de spiertemperatuur in de PP groep niet significant toenam na hun warming-up protocol zijn deze resultaten waarschijnlijk toe te schrijven aan de neurale potentiëring die door de vibraties worden gegenereerd.

Het tweede onderzoek richtte zich op de stabiliteit van de hamstring en specifieke indicatoren van blessures. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat de tijd tot stabilisatie na springen op het dominante been significant afnam voor de PP groep in vergelijking met de controlegroep. De andere indicatoren voor hamstringblessures toonden aan dat de hamstrings minder vermoeid waren, waardoor de kans op blessures afneemt.

Figures 2 & 3

Conclusie: